Deel via:
Toerisme op Aruba
Fototi boom op Aruba

Het toerisme op Aruba stelde op het begin nog niet veel voor. In het begin van de 20ste eeuw waren er slechts enkele toeristen op het eiland te vinden. Nadat er begin jaren ’50 een nieuwe inkomstenbron nodig was voor de economie van Aruba, werd er voor het eerst echt gedacht aan toerisme op Aruba. Nu is Aruba uitgegroeid tot één van de meest populaire bestemmingen in het Caribisch gebied. Bekijk snel de mogelijkheden voor een heerlijke vakantie op Aruba!

Het huidige toerisme op Aruba

Hotels op Aruba zijn voornamelijk te vinden in twee gebieden:  de hoogbouw hotels, aangeduid als 'high rise' in Palm Beach en de laagbouw hotels, ofwel 'low-rise' in Eagle Beach en Punta Bravo. De meeste hotels op Aruba zijn vandaag de dag in handen van buitenlandse eigenaren en velen zijn onderdeel van een internationaal merk of hotelketen. Dankzij de groei van de hotelcapaciteit heeft Aruba tegenwoordig een gemiddelde bezettingsgraad in de hotels van 75% gedurende het hele jaar. Daarmee behoort Aruba tot de top in het Caribisch gebied. De populariteit van Aruba is constant gebleven en dat heeft behalve met zon, zee en strand vooral te maken met de vriendelijke bevolking, de serviceverlening op het eiland, veiligheid en politieke stabiliteit. Daarnaast biedt Aruba een aantrekkelijk pakket aan activiteiten voor jong en oud waaronder winkelen, dineren en een bruisend nachtleven. 

Beleef het Arubagevoel

De Arubaanse luchthaven, die dateert van 1972 en werd uitgebreid in 1987, heeft recentelijk een volledige metamorfose ondergaan en beschikt over gloednieuwe faciliteiten. De luchthaven maakt tegenwoordig deel uit van de gerenommeerde Schiphol Groep.  In 1988 werd de Amerikaanse Immigratiedienst op de Arubaanse luchthaven gevestigd en in 2000 volgde ook de Amerikaanse Douane in een volledig eigen vertrekhal voor de Verenigde Staten. Dit heeft tot voordeel voor Amerikaanse reizigers dat zij op Aruba al de douanecontrole krijgen en bij aankomst op hun eigen luchthaven direct naar buiten kunnen. 

Rodgers Beach en Lago in 1950

Lees hier meer over de cultuur van Aruba

De geschiedenis van het toerisme op Aruba

In de jaren '20 van de vorige eeuw ontving Aruba slechts een paar bezoekers per jaar. Tussen 1924 en 1928 werden op Aruba in totaal 200 plezierjachten, motorboten en tankers geregistreerd, die Amerikaanse zakenlui en reizigers naar het eiland brachten.

De Lago raffinaderij werd vanaf 1924 de belangrijkste bron van inkomsten op Aruba.  In de jaren '50 verloren echter velen hun baan door de komst van geautomatiseerde werkprocessen. Om de economie een nieuwe injectie te geven werd naar nieuwe manieren gezocht om werkgelegenheid te creëren. De Nederlandse regering had een voorstel: toerisme. Aruba zag dit als de meest voor de hand liggende keuze.

In 1947 werd een nieuwe commissie in het leven geroepen onder leiding van Ernst Bartels die de toeristische sector op Aruba moest gaan overzien.  In 1953 werd de Aruba Tourist Commission officieel omgedoopt tot het Arubaanse Toeristen Bureau (ATB). Dit was een zeer kleine organisatie die uit twee personen bestond, waarbij Ernst Bartels nog steeds de leiding had en werd geassisteerd door Casper Wever. ATB ging door met de vitale promotie van Aruba als vakantiebestemming, met name in de Verenigde Staten, aangezien vanuit dat land een grote toestroom van toeristen naar Aruba en het gehele Caribische gebied kwam.

In 1959 werd Caribbean Hotel, Aruba’s eerste hotel met meerdere verdiepingen geopend. Vanaf dat moment totaan het jaar 1977 groeide het aantal hotels op Aruba door naar 16, met een totaal van 2.148 hotelkamers. Vijf hotels hadden een inpandig casino op Aruba.

Toerisme in de jaren 1980 - 1990

In januari 1983 werd het Amerikaanse bedrijf Sasaki Associates, Inc. uit Watertown, Massachusetts naar Aruba gehaald om te adviseren over de aanleg van een verbeterde infrastructuur op het eiland, waarbij Aruba's belangrijkste verkeersader voor het toerisme -van de California Lighthouse totaan Oranjestad tot stand zou moeten komen. Deze weg, later de 'Sasakiweg' genaamd, werd het belangrijkste focuspunt van het Arubaanse toerisme, aangezien de toegang tot de langgerekte Arubaanse stranden en kristalheldere zee kon worden vergemakkelijkt en land eenvoudiger kon worden ontwikkeld. Forse investeringen van de Arubaanse overheid werden gedaan in wegenbouw, waterlinies en de zuivering van rioolwater, waardoor ook de grootschalige hotelontwikkeling op Aruba van de grond kwam. 

Bij het aanleggen van de Sasakiweg was de bescherming van gevoelige natuurgebieden een prioriteit. De bestaande natuur, zoals die van de California zandduinen, het vogelbroedgebied van de Bubakiplas en kleine binnenmeren (salina's genaamd) moest in tact blijven, samen met de unieke flora en fauna in die gebieden.

In 1984 was toerisme op Aruba een volledig ontwikkelde sector in de lokale economie geworden. Sterker nog, van de primaire sectoren was het toerisme, na de olieindustrie, de belangrijkste bron van inkomsten op Aruba geworden. (Unesco, 1990).

De sluiting van de olieraffinaderij in 1985 had een grote impact op de Arubaanse economie. In 1986 verkreeg Aruba zijn onafhankelijkheid middels de zogenaamde Status Aparte en kwam daarmee als apart land binnen het Koninkrijk der Nederlanden los te staan van de Nederlandse Antillen, waar het met vijf andere eilanden in de regio deel van uitmaakte. Het was binnen de context van die ontwikkelingen medio jaren '80 dat het Arubaanse toerisme zich ontwikkelde tot de belangrijkste economische pijler van het eiland.

Na sluiting van de Lago raffinaderij in 1985 besloot de Arubaanse regering om te investeren in toerisme als de belangrijkste economische pijler op Aruba. Zo werd het Arubaanse Toerisme Bureau (ATB) in 1986 vervangen door de Aruba Tourism Authority (ATA), ofwel het huidige Arubaanse Verkeersbureau. ATA kreeg een almaar belangrijkere rol in het aanboren van nieuwe toeristische markten voor Aruba en het uitbreiden van de marketingactiviteiten.

Het toerisme na 1985

In de periode van 1986 – 1996 groeide het toerisme naar Aruba destijds bijna twee keer zo hard als de gemiddelde groei van het gehele Caribische gebied. Vanaf 1986, toen er weer werd verder gebouwd aan nieuwe hotels op Aruba, tot 1991 verdubbelde het aantal hotelkamers op het eiland van 2.776 naar 5.625 kamers.  Gedurende die periode ging het aantal timeshare-kamers ook omhoog en vervijfvoudigde van 337 units naar 1967 units.  Aan het eind van 1996 telde Aruba in totaal maar liefst 7.103 kamers, waarvan 2.272 timeshare units.

De olieraffinaderij begon aan een doorstart in 1990 onder de naam Coastal, maar toerisme bleef de belangrijkste bron van inkomsten voor Aruba. De rol van de Arubaanse overheid bij de groei van het toerisme op Aruba mag niet worden onderschat. Zij deed veel om de werkgelegenheid te stimuleren en investeerde aanzienlijk in de toeristische sector. De overheid werd zelfs ten dele eigenaar van een drietal hotels op Aruba, goed voor in totaal 600 hotelkamers.